
Wanneer men de Plaggeweg in Vierhouten volgt, valt het meteen op hoe landelijk dit gedeelte van Vierhouten nog is. In deze landelijke omgeving ligt aan de Plaggeweg 26 een monumentale Saksische boerderij met de naam "De Jonge Stee".
Een smal (openbaar) landweggetje loopt over het erf van deze boerderij en komt wanneer men het verder zou volgen uit op de Waskolkweg. Het precieze bouwjaar van de boerderij is onbekend, algemeen wordt aangenomen dat hij er in ieder geval rond 1650 al stond.
Het jaartal 1819 dat op de gevel staat heeft betrekking op een restauratie,
er werden toen onder andere nieuwe ramen in de gevel geplaatst.
De boerderij is gebouwd op zwerfkeien, en is een van de grootste boerderijen
in Vierhouten. De afmetingen zijn 12 meter breed, 25 meter lang en 9 meter
hoog. Er moeten vroeger vier van zulke grote boerderijen in Vierhouten gestaan
hebben. Het latere restaurant "De Ouwe Stee" was er daar ook een van.
In 1832 was de boerderij eigendom van Peter van Grevenhof. Vervolgens werd de boerderij tot 1946 bewoond door de familie W. Berghuis. Achter de boerderij staat nog altijd een oude boom die in 1870 werd geplant door een schaapherder, die in dienst was van de familie Berghuis.
Van 1946 tot 1962 was de boerderij eigendom van de familie Dirk van Huigenbosch. Het huisadres was destijds Plaggeweg 251, later werd het nummer veranderd in 26.
In oktober 1962 kocht de heer S. van Schuppen de boerderij om deze om te vormen tot een restaurant. Hij had dit a1 eerder gedaan met een boerderij aan de Gortelseweg 1, dat de naam restaurant "De Ouwe Stee" kreeg (afgebrand in 1970). Tijdens de verbouwing tot restaurant werd het interieur vrijwel intact gelaten. De inrichting was met houten tafels, waar men zittende op oude kerkbanken een hapje kon eten. Het restaurant kreeg de naam "De Jonge Stee", vanwege de band met "De Ouwe Stee". Deze naam heeft verder geen historische betekenis en werd dus pas in 1962 aan de boerderij gegeven.
In mei 1963 werd het restaurant "De Jonge
Stee" onder grote belangstelling geopend.
Gelijktijdig met het restaurant werd er op een weiland naast de boerderij het
arresleemuseum "De Arreslee" geopend. De heer Houtzager uit Utrecht
toonde in liet museum zijn verzameling sleden, arren, koetsen, rijtuigen,
enz., die hij in de afgelopen 20 jaar had verzameld.
Het unieke museum bestond niet lang, vanwege tegenvallende bezoekersaantallen.
In oktober 1963 werd de complete inboedel van het museum publiekelijk
geveild. Deze veiling trok vele honderden belangstellenden.
Restaurant "De Jonge Stee" liep in tegenstelling tot het museum een
stuk beter. Regelmatig verschenen de beide restaurants "De Ouwe
Stee" en "De
Jonge Stee" in het nieuws op radio en televisie door optredens van
bekende artiesten zoals Conny van den Bos, Willeke Alberti en Rudi
Carrel.
In november 1964 verkocht Van Schuppen het restaurant "De
Jonge Stee" aan een particulier die er een woonhuis van wilde maken.
Hierna is er nog enige tijd een handel in open haarden gevestigd geweest.
Eigenaar was Michael Bouvy, een jonge zakenman uit 't Gooi. Op de
deel werden diverse soorten open haarden tentoongesteld. Hij startte
er tevens met het houden van huifkartochten.
In 1976 kwam de oude boerderij in handen van de heer Monshouwer, die er tot september 2006 heeft gewoond. De heer Monshouwer liet de inmiddels verwaarloosde boerderij restaureren door Woudenberg uit Ameide. De boerderij bevat nog vele authentieke details en is mede daarom op de Rijks monumentenlijst geplaatst.
In de heerd, de woonkamer, is nog altijd de schouw aanwezig met prachtige tegeltableaus. Aan stokken die over de dwarsbalken in het plafond naast de schouw werden gelegd, werd vroeger het gerookte vlees opgehangen. Ter herinnering hieraan liggen er nog altijd enkele stokken tussen de balken, vlees hangt er echter niet meer aan. Nog altijd zijn er in een wand van de woonkamer twee bedsteedeuren aanwezig. De bedsteden zitten er niet meer in.
Naast de twee bedsteden bevindt zich het oudste detail van de boerderij. Het is een houten deurtje met daarin eenvoudig houtsnijwerk. Er is o.a.een kruis in uit gesneden, wat een aanwijzing zou geven dat de boerderij van voor de Reformatie dateert.
Een ander leuk detail in de woonkamer is een kleine trap die naar de vroegere "meidenkamer" (opkamer) loopt. Onder de trap bevindt zich een kleine kelder. De "meidenkamer" ligt verhoogd t.o.v. de woonkamer en werd vroeger bewoond door de meiden die in dienst waren van de boer en op de boerderij werkten. De "meidenkamer" had slechts een ruitje die heel klein was, zo'n 30 bij 30 centimeter. Het ruitje schijnt zo klein geweest te zijn, om te voorkomen dat de meiden ' s nachts mannelijk bezoek zouden krijgen die ze door het venster naar binnen konden laten. Met het kleine ruitje werd dat onmogelijk gemaakt.Aan de andere kant van de "meidenkamer" was de varkensstal. Hier kon het manvolk dus ook niet langs, omdat de varkens hen dan zouden verraden. En zo voorkwam de boer "gerommel" in de "meidenkamer".
In de eetkamer werd tijdens de restauratie een mooie wand met tegeltjes te voorschijn gehaald, die een vorige eigenaar achter een wand had weg gewerkt. Aan weerszijden van de kachel bevinden zich russen waarin vroeger kaarsen werden geplaatst als verlichting. Omdat kaarsen roet veroorzaken werd de muur rondom de russen telkens zwart. Zo nu en dan werd de muur weer wit gemaakt m.b.v. karnemelk, omdat verf in die dagen te duur was voor de gewone boerenbevolking. De ouderwetse karnemelk schijnt hier bijzonder geschikt voor geweest te zijn, omdat het goed uit hardde. In de loop der jaren werden de russen hierdoor steeds kleiner. Voor de restauratie waren deze russen bijna verdwenen door de vele lagen. Tijdens de restauratie in 1976 zijn ze weer uitgehold. De heer Monshouwer bewaart nog altijd een brok van deze "verf'.
Rondom
de boerderij staan enkele karakteristieke bijgebouwen. Het meest opvallend
daaraan is de grote landbouwschuur/schaapskooi, die op de gemeentelijke
monumentenlijst staat. Verder staan er
nog een oud bakhuisje, een oude kippenschuur/schaapskooi (tegenwoordig
vakantiewoning) en de oude vierroedige hooiberg.
Een tweede eenroedige hooiberg is van elders gehaald en werd later
bij de boerderij geplaatst.
De vele oude bomen en later aangeplante heggen maken het geheel tot
een schilderachtig plekje.
"De Jonge Stee" is de laatste boerderij in Vierhouten die aan de buitenzijde nog vrijwel geheel in oude staat verkeert. Dit voormalige boerenerf is een Rijksmonument.
Tekst: met dank aan Wilco v.d. Top